Uit de Apeldoornse Courant van 14 november:
Gerrie den Besten is dit seizoen clubkampioen geworden bij wielervereniging De Adelaar. De 58-jarige heeft in acht maanden 14.131 kilometer afgelegd en alle andere, hoofdzakelijk mannelijke leden, achter zich gelaten.
1. Even rekenen, dat is dus dagelijks zeker drie uur fietsen.
Dat klopt wel ongeveer. Alleen vrijdags was ik vrij, dan moest het huishouden gebeuren. Ver- der fietste ik iedere dag.
2. Verveelde u zich thuis?
Daar heb ik nog nooit last van gehad. Ik werk halve dagen en benbeslist geen type om thuis te gaan zitten breien en borduren. Het liefst ben ik in de buitenlucht, daarom ben ik gaan fietsen. Lekker midden in de natuur, ik geniet van de lekkere boslucht en mooie uitzichten over de IJssel. Ik pakte altijd met plezier de racefiets uit de schuur.
3. Wie heeft u in het zadel geholpen?
Mijn man, ongeveer tien jaar geleden. Hij fietst wel eens mee, maar fietst niet zoveel als ik. Eigenlijk vond hij het maar niks dat ik zo vaak met m'n gat op het zadel zat.
|
4. Alle mannen achter u gelaten, enige jaloezie gemerkt?
Tijdens het fietsen merk ik er niets van. Ik doe altijd het kopwerk. Vind ik prettig rijden omdat ik dan niet zo op mijn voorganger hoef te letten. Ik liet me wel eens afzakken. Anders dachten ze dat dat ouwe wief weer voorop moest. Tijdens het klimmen kwamen ze me ook allemaal voorbij. Ik ben geen klimgeit. Na een afdaling ben ik met een sprintje snel weer vooraan.
5. Echt nooit commentaar achter u?
Ik geloof niet dat ze snel iets tegen mij zullen zeggen. Dan moeten ze toegeven dat ze zwakker zijn dan een vrouw. Dat kan bij sommige kerels wel eens gevoelig liggen.
6. Geeft het een kick alle mannen achter u te laten?
Dat had ik een paar jaar geleden nog wel. Ik wilde al die kerels er eens af jagen. Nu scheelt me dat niets meer. Ik doe het nu omdat ik van fietsen hou en het gezellig vind. Altijd ga ik met de club of met mijn fietsvriendin mee. Alleen wat kilometertjes maken, dat is niets voor mij.
|
7. Bewust voor een mannen- sport gekozen?
Vroeger zat ik op volleybal en dat is een vrouwensport. Als ik mijn racepakkie aantrek, dan voel ik me wel stoer. Make-up en optutten, daar hou ik me nooit mee bezig. Ik rij liever door plassen en kom zo smerig mogelijk thuis. Heerlijk, het zand kraakt me tussen de tanden. Misschien komt het wel omdat ik nooit een dochter heb gehad. Met alleen drie zoons is het bij ons thuis een echte manhuishouding.
8. Liep er wel eens wat spaak?
We reden eens naar Spakenburg. Op de heenweg scheen het zonnetje en op de terugweg begon het keihard te regenen. Het was net mist. Je zag geen hand voor ogen en werd zeiknat. Dan denk ik maar weer dat de zon zo gaat schijnen en fiets ik vrolijk verder.
9. Veel gladiolen gekregen?
Ik krijg de beker volgende week op de clubavond. Daar zal wel een bloemetje bij zitten. Mijn zoons zijn wel trots op me. Hij zei tegen me: "Mam, bij mij op het werk klagen die vrouwen altijd over pien in de buuk of in de kop. Jij mankeert nooit wat, dat vind ik wel knap van je."
10. Nooit ziek geweest?
Door het fietsen ban ik lichamelijk heel sterk geworden, maar ook kan ik geestelijk veel meer hebben. Laatst zei ik nog tegen mijn huisarts dat als de mensen wat mankeren, hij ze moest adviseren te gaan sporten. Dat houd je gezond.
|